Sluit
Menu
Al die ouderen moeten wel ergens wonen

Verhaal

Al die ouderen moeten wel ergens wonen

Mijn oma overleed in 1944, zij was 84 jaar. Vijf jaar eerder was opa gestorven. Daarna trok oma in bij een van haar dochters, mijn moeder dus. Zij had haar eigen kamer; daar sliep ze en ontving er soms belangrijk bezoek. Verder had ze haar stek in de woonkamer. Ze breide, schilde de aardappels en leerde mijn jongere broertje lezen, als hij bij haar op schoot klom om voorgelezen te worden. Af en toe ging ze naar de kerk, met de tram, één halte. Ze kwam verder niet veel buiten.

In de winter van ’43/’44 werd ze ziek, ze overleed na een paar maanden. Later zei mijn moeder: oma gaf regelmatig geld aan haar zes kinderen, zij liet ook ‘een aardig spaarpotje’ na. Want oma had weduwepensioen. Opa, afkomstig uit een straatarm gezin in Frederiksoord – een kolonie van de Maatschappij van Weldadigheid, lees “Het Pauperparadijs” van Suzanna Jansen er maar op na – opa was als een van de weinigen uit dit beschermde milieu ontsnapt. Hij kon zich handhaven in de ‘gewone’ samenleving; hij ging in militaire dienst en bleef in Den Haag hangen. Hij kreeg een baan bij het Gemeentelijk Gasbedrijf, was dus ambtenaar en kreeg op zijn 65ste pensioen – en na zijn dood kreeg oma dus weduwepensioen.

Waarom beschrijf ik zo uitgebreid een situatie uit de tijd van weleer, een idyllische situatie in mijn herinnering en in een voltooid verleden tijd? Is het wel voltooid verleden? Kijk dan eens naar het regeringsbeleid over zorg, welzijn, wonen, meer specifiek voor ouderen. Er komen steeds meer ouderen, want we worden allemaal ouder en zijn met z’n allen langer oud, dat weten we al een halve eeuw of meer. Die ouderen moeten wel ergens wonen, liefst zo lang mogelijk zelfstandig, liefst in hun oude vertrouwde woning als die geschikt is. En dat is lang niet altijd het geval. Dat weten we ook al lang. Je mag verwachten dat er voldoende ouderenwoningen beschikbaar komen nu we dit allemaal al zo lang zo goed weten. Zelfstandig wonen is immers voor de samenleving veel goedkoper dan dat al die ouderen verzorgd en wel in een instelling of ander complex onder dak komen. Niet dus, ook al jarenlang lezen we dat er een gebrek is aan passende ouderenhuisvesting, hoewel er vooral in de particuliere sector voortdurend kleine complexen gebouwd worden…

Als dit zo doorgaat dreigt een situatie te ontstaan als van lang voor de tijd dat we een adequaat zorg-wonen-welzijnsbeleid ontwikkelden. De gegroeide praktijk van ouderenwoningen-verzorgingshuizen-verpleeghuizen wordt afgebouwd, zoals dat heet. Verzorgingshuizen worden gesloten, voor een verpleeghuis moet je zowat half dood zijn. Rest het zelfstandig blijven wonen met al je kwaaltjes en gebreken, omdat de samenleving geen raad met ons weet. Of bij je kinderen intrekken, een situatie die voor onze generatie niet haalbaar is; als wij al kinderen hebben werken ze beide en hebben daarnaast hun eigen gezin. Ik houd zielsveel van mijn schoondochter en mijn jongste zoon, maar ik ga het hen niet aandoen om bij ze in te trekken.

Moeten we dan massaal een beroep doen op de euthanasiewetgeving? Moet er een regeling komen dat wij op een bepaalde leeftijd een euthanasiemiddel tot onze beschikking krijgen omdat er geen plaats voor ons is? Hoe goed ik het ook vind dat euthanasie kan en mag, ik mag hopen dat het niet gaat moeten. Weet u een oplossing?

Wat vindt u?

Correspondent Aletta van der Stap

Aletta is een ervaren Groningse en schrijft over wat haar als oudere in Groningen opvalt en bezighoudt. Vaak stelt ze daarbij de vraag wat jij ervan vindt.