Sluit
Menu
Een vrouw kan toch ook een driedelig pak dragen?

Verhaal

Een vrouw kan toch ook een driedelig pak dragen?

Je wordt wakker, thuis, in bed. Tijd om aan te kleden en naar school te gaan. Je pakt je kleren, je favoriete kledingstukken waar je je zelfverzekerd, comfortabel en mooi in voelt. Mam heeft net dat ene shirt gewassen waar je een week op hebt gewacht voor je hem weer aan kon doen. Je loopt naar de badkamer, wast je, kleed je aan en doet je haar. Elke dag terwijl je je haar doet, kijk je in de spiegel. Je stopt even waar je mee bezig bent en kijkt nog eens goed naar jezelf. De vorm van je gezicht, je mond, je neus, je wenkbrauwen. Ze zijn er. Allemaal op zijn plek. De goeie plek? Alleen op het moment dat je oogcontact maakt weet je dat dat het enige is wat klopt. Je ogen. Je kijkt jezelf recht aan en de rest van je gezicht wordt een waas. Diep daal je af in je eigen blik. Ben ik dit? Je ziet jezelf, maar toch lijkt het anders. Ben ik dit? Je wéét dat je naar jezelf kijkt, maar je voelt het niet. Je kijkt naar een vreemde, maar het is toch echt jezelf die je aankijkt en die recht voor je staat. Er mist iets, maar wat? Een ondoorgrondelijk gevoel dat nooit tastbaar was.

Totdat ze zei: een vrouw kan toch ook een driedelig pak dragen?

Wie ben ik?

Vaak wordt het beeld geschetst dat veel transgender personen al vanaf jonge leeftijd weten dat ze transgender zijn. Dat ze als klein kind zeggen dat ze liever een jongen of meisje willen zijn. Heel vaak is dat ook niet het geval en ik had ook zeker niet die ervaring. Mijn realisatie kwam pas op het moment dat ik 19 jaar was en al een half jaar aan het studeren was. Ik wist mezelf nooit een houding te geven; wat vond ik mooi vond aan mezelf en mijn lichaam?  Elk jaar kwam ik wel met een totaal andere make-over op school. Op den duur toen ik nog als vrouw in driedelig pak voor de spiegel in de hal stond werd ik verdrietig, maar ik wist niet waarom. Ik was ontzettend blij dat ik een pak aan had, maar het voelde niet compleet. Mijn (nu ex) partner zag het en zei dat ze een vriend had die in transitie was gegaan, misschien was ik ook wel transgender. Toen ze dat zei, ben ik me gaan inlezen. Alles viel op zijn plek, maar het bracht enorm veel onzekerheid met zich mee. Ben ik dit echt? Wil ik dit echt?

Genderdysforie en gendereuforie

De gevoelens die beschreven werden door andere transgender personen op het internet sloegen wel de spijker op zijn kop: het ongenoegen met je lichaam en de trots die je voelt als je iets doet wat je identiteit bevestigt. In medische termen wordt het ongenoegen met je lichaam genderdysforie genoemd en de trots gendereuforie. Sommige transgender personen hebben alleen dysforie en anderen alleen euforie, anderen weer beiden. Ik heb zowel dysforie als euforie. Ik was trots toen ik dat pak aan had, maar verdrietig dat het plaatje niet compleet was, dat ik er nog uit zag als een vrouw.  Euforie en dysforie zie ik altijd als een  licht en donker. De ene dag is het een wat donkere dag en de andere dag wat lichter, misschien ook wel een soort jaargetijden, zomer en winter en soms herfst en lente.

De contradictie

Deze gevoelens vallen lastig uit te leggen als je ze zelf niet ervaart, maar ik kan het misschien duidelijker maken door het  uit te drukken in de vorm van een contradictie. Dysforie is alles wat je niet bent en euforie is alles wat je wel bent, het antwoord op beiden is voor mij – een man –. Ik ben geen cisman, maar wel een transman. Het  conflict dat dysforie en euforie mij geeft, zorgt altijd voor een soort tweestrijd tussen  mijn  gevoelens en mijn  ratio. Dat conflict is wat transgender zijn voor mij inhoudt en waarmee ik (en misschien ook andere transgender personen) probeer te leven en dat ik probeer te accepteren. Een lastige opgave, maar ik kan wel zeggen dat, nu ik in transitie ben gegaan, hormonen gebruik en eindelijk mijn eigen identiteit heb gevonden, ik meer zomerdagen ervaar. Vooral als ik in de spiegel kijk, ik mezelf zie en alles nu eindelijk op de goede plek zit.

Correspondent Wander

Wander heeft zijn naam zelf gekozen na zijn transitie tot man. Het gaat goed met hem en hij wil graag dat het met andere transgenders ook goed gaat. Daarom schrijft hij voor Dat is Groningen iets over zijn ervaringen. Zodat het transgender zijn voor andere mensen wat vertrouwder wordt,  want dat maakt de leefomgeving voor transgenders ook prettiger. Vooroordelen zijn er immers om te ontkrachten?