Sluit
Menu
Lara’s gesprekken met stadjers – Mohamed

Reportage

Lara’s gesprekken met stadjers – Mohamed

“Ik word altijd een beetje druk van jullie.”, zei Mohamed eens toen ik hem samen met mijn vriend tijdens Noorderzon tegenkwam. Ik word vaak ook een beetje druk van Mohamed. Gezellig druk. Een beetje giechelig druk zelfs. Hetzelfde soort druk als wanneer mijn opa en oma vroeger uit Duitsland op bezoek kwamen en ik ze alles zo snel mogelijk wilde laten zien en vertellen. Dan rende ik steeds weer naar mijn kamer om een tekening te laten zien en vertelde ik buiten adem over de nieuwe vriendin die ik had gemaakt.

Ik zie Mohamed niet vaak. Dat is ook niet gek want Mohamed is naast vader van twee energieke jongens ook danser, docent, artistiek leider van zijn eigen dansgezelschap, adviseur dansbeleid, commissielid bij Urban Arts Regeling, en adviseur bij het BNG-cultuurfonds.

Een tijdje geleden hadden we in hetzelfde gebouw een kantoortje. Dan zag ik hem nog wel eens en hadden we mini- gesprekjes (“Hoe is het?”, “Moe!”, “Ja bah, ik ook!”) in de gang. Nu heeft hij midden in de stad een gymzaal die als dansruimte en werkplek dient en mis ik onze gang-gesprekjes. Gelukkig zien we elkaar soms nog wel. Dan hebben we weer veel te bespreken. Van zijn dansvoorstellingen tot overprikkeld raken en van muziek tot de nieuwe YouTube-filmpjes waar zijn zoontjes dol op zijn. Die zoontjes vind ik oneindig schattig en vandaag mag ik mee om Djamal (de oudste), samen met Mohamed en Djoa (de jongste) van school te halen.

Als ik mijn fiets wegzet komt Mohamed met Djoa op zijn arm al aanlopen. “Wat is er met je oog gebeurd?” vraag ik Djoa terwijl ik naar de blauwe plek kijk. “Gevallen.” Zegt Djoa verlegen. “Ja hè? Je was weer eens gevallen.” zucht Mohamed terwijl hij Djoa’s gezichtje aait.

Elke maandag haalt Mohamed Djamal samen met Djoa op van school. “De andere dagen werk ik. Maar ik probeer wel om 17.00 weer thuis te zijn zodat ik ze nog even zie. De tijd gaat zo snel, ze zijn alweer zo groot!” En dan gaat bel. De eerste klassen stromen naar buiten. “Kijk! Daar is hij” zegt Mohamed. Een knap jongetje met krulletjes en een rode jas rent naar buiten. Mohamed krijgt een dikke knuffel. “Mag Elsa bij ons spelen?” vraagt Djamal terwijl hij naar een meisje wijst. “Ja dat mag binnenkort wel.” Hoor ik Mohamed zeggen. Een andere vader loopt grijnzend voorbij. Er volgt een overlegmoment. “En morgen dan?”, “Dan heb je BSO.”, “O, ja. En woensdag dan?”, “Dan speel je met Reinout.”, “O, ja.”, “Donderdag zou wel kunnen.” Inmiddels staat de moeder van Elsa ook bij ons en wordt er druk overlegd. Als de afspraak staat, waarschijnlijk donderdag, gaan we nog even het plein op. Mohamed vertelt over zijn dansgezelschap X_YUSUF_BOSS en het stellen van prioriteiten. “Ik moet er echt voor zorgen dat ik genoeg tijd heb voor mijn eigen dingen. Voordat ik het weet zit ik weer in honderd projecten en heb ik weer van alles toegezegd. ”

Nadat Mohamed de rondrennende jongens voor de foto verzameld heeft en Djoa inmiddels een stuk of twaalf keer omgevallen is, besluiten we nog even naar de Hema te gaan.

In het restaurant stormen de jongens gelijk af op hun grote liefde: Fristi. Mohamed kiest ondertussen het eten uit. “Ik denk dat we gewoon hier warm eten, dan hebben we dat alvast gehad.” Een slim idee van deze praktische vader.

En daar zitten we dan. Met z’n viertjes in de Hema. Ik aan de koffie en de jongens aan de pasta. Djamal vertelt over zijn rol als astronaut in de schoolvoorstelling, Djoa blaast tevreden bubbeltjes in zijn Fristi en Mohamed kijkt me glimlachend aan. Als de jongens weer naar de speelhoek gaan praten Mohamed en ik nog een tijdje over werk, ondernemen, drukke weken, ouderschap en trouwen. En net als ik wil vragen hoe hij dit allemaal volhoudt kruipt Djamal op Mohameds schoot. “Wij gaan ook trouwen he?”, fluistert Djamal. “Jazeker, wanneer dan?”, vraagt Mohamed. “Vanavond?” “Dat is goed.”, zegt Mohamed en hij krijgt een kus. En daar heb ik mijn antwoord: zo dus.