Sluit
Menu
“Wie van drie”

Reportage

“Wie van drie”

In de klas zitten zo’n 22 studenten. Vooraan staan drie stoelen waarop één man en twee vrouwen zitten. Uit de klas komt de eerste vraag “Hoe oud was je toen je het wist?” We zitten bij de workshop die Discriminatie Meldpunt Groningen (DMG) vandaag op het Alfa College geeft. Het DMG komt regelmatig op verschillende scholen. Want hoe is het gesteld met de tolerantie en de kennis van 16 -18 jarigen die een MBO opleiding volgen?

Het doel van de voorlichtingen en workshops die het DMG geeft  is mensen bewust te maken van discriminatie en hoe dat precies werkt. Wat zijn vooroordelen en stereotypes en wat doet dat met ons?  Vandaag komt Eva, namens DMG, in de klas en biedt de leerlingen de les “Wie van de Drie” aan. Tijdens deze voorlichting hebben we het over seksuele geaardheid. Ze begint met een vraag: “Wat betekent discriminatie eigenlijk?”  De 16,17 jarigen hebben het over discriminatie, racisme, oordelen en een gebrek aan respect. Eva: “Heel goed, jullie benoemen daar al een paar belangrijke dingen. Dan legt ze uit : ”Discriminatie is het anders behandelen van mensen op basis van kenmerken die er helemaal niet toe doen. Dat kan ras of huidskleur zijn maar ook seksuele geaardheid, leeftijd of religie.”

Na het inleidend praatje van Eva komen er drie mensen in de klas en de studenten krijgen de opdracht om te achterhalen wie van de drie homoseksueel is. Ze moeten dus slimme vragen stellen en ze mogen de drie kandidaten alles vragen mits ze respectvol blijven. Ze mogen dit uur dus al hun vooroordelen de vrije loop laten.

Vragen die de uit de klas komen zijn: Hoe oud was je toen je het wist? Of wanneer ben je homoseksueel geworden? Eén van de kandidaten keert de vraag om en zegt tegen de leerlingen: wanneer wist jij dat je hetero was? Hij legt uit: het was geen keuze, dat weet je gewoon toch! Soms komt er een wat meer gewaagde vraag, bijvoorbeeld: hoe was jouw eerste keer? Of ben jij weleens gepest of gediscrimineerd vanwege je seksuele voorkeur? Of leerlingen alle vragen stellen die bij ze opkomen – ze kunnen heel nieuwsgierig zijn- heeft ook te maken met hoe ‘veilig’ ze zich binnen de klas voelen.

Wanneer alle vragen gesteld zijn en gevraagd wordt of de echte homo of lesbienne wil opstaan kijken de drie elkaar even aan, de een  maakt aanstalten om op de staan maar blijft toch zitten, de ander kijkt of ze op wil staan– alles om de spanning erin te houden. Uiteindelijk blijken de studenten het goed geraden te hebben, want Emma is degene die tenslotte gaat staan. In deze klas hebben de meeste leerlingen het helemaal juist aangevoeld wie de waarheid sprak over zijn geaardheid. (Dat is ook wel eens  anders vertelt Eva achteraf.)

Aan het eind van de workshop geeft Eva de studenten nog iets mee om over na te denken. Ze zegt: “Je kunt iemand niet beoordelen op wat je ziet. Vooroordelen hebben we allemaal, dat geeft niets. Belangrijker is wat je daarmee doet.”

Eén van de kandidaten is transgender. Meestal krijgt zij meer vragen die hier specifiek op gericht zijn, maar vandaag niet.  Achteraf praten we daar  nog even over na met Eva en de kandidaten, want ja waarom heeft niemand aan Linda gevraagd of ze transgender is?  Eva: “Soms vragen studenten haar het hemd van het lijf”. Linda denkt zelf dat ze dat niet durfden te vragen: “Homoseksualiteit is tegenwoordig bijna normaal, mensen horen er zoveel over, maar transgenders komen ze niet zoveel tegen, dat is nog betrekkelijk nieuw voor ze.”

.