Sluit
Menu
Zeg ‘ns moi!

Verhaal

Zeg ‘ns moi!

Ik zag vandaag een foto van het Brintahuisje, wat staat tussen Den Andel en Breede, en dacht aan hem. Ik denk nog vaak aan hem.

Van mijn 8e tot mijn 19e woonde ik in een dorpje vlakbij het wad op het Hoogeland van Groningen. Achter het huis waar ik opgroeide was een akker. Aan de voorkant van het huis, de weg over, stond het huis van buurman Ten Bosch en zijn vrouw. Achter hun huis, akkers tot aan de dijk.

Buurman Ten Bosch, hij had voor mij geen andere naam, sprak geen ABN maar plat ‘Grunnings’. Hij liep op klompen en had een markante kop waar zijn grote neus uitstak. Een schuur vol gereedschap en een erf vol met eenden. Dat was zijn hobby. Als je bij hem kwam liep je eerst het donkere gangetje door. Aan weerskanten deuren. Het gangetje dat gedecoreerd was met nep-houten lambrisering en lichtbruin tapijt kwam uit op de keuken, als ik het me goed herinner. Deze was achter in het huis, evenals de eetkamer. Een grote tafel met zo’n tapijtachtig tafelkleed. Er was een groot raam waardoor je de eenden goed kon zien én kon horen snateren, in die tijd had men nog veel enkel glas.

Nadat buurvrouw plots overleed bleef buurman wel actief maar zat zo om contact en een luisterend oor verlegen. Mijn moeder ging vaak even een praatje met hem maken. Dan liet hij zijn tranen rollen, kon hij zijn hart even luchten. Soms ging ik mee. Hij vertelde over zijn leven. Over het Brintahuisje tussen Den Andel en Breede waar hij en buurvrouw hadden gewoond tijdens de oorlog. Over die piloot die was gecrasht en die ze hadden opgevangen.

Buurman Ten Bosch stond altijd voor ons klaar. Ik kan me nog vele ritjes in zijn grijze Peugeot herinneren. Dan haalde hij me op vanaf het kleine stationnetje in the middle of nowhere en reden we door het vlakke land terug naar ons dorp. Ondertussen spraken we over ditjes en datjes, lachten we en waren we soms stil.

Altijd als we elkaar op straat zagen, zeiden we ‘moi’ en keuvelden we wat.

Toen ik uiteindelijk naar de stad verhuisde was elkaar groeten de normaalste zaak van de wereld. Toch was de werkelijkheid in stad anders dan op ‘t dorp. Ik had een aardige tijd nodig om niet iedereen, die oogcontact met me maakte, te groeten. Uiteindelijk werd me duidelijk dat ik er eigenlijk nooit mee had moeten stoppen. Dus nu groet ik gewoon weer. Het meisje is dan wel uit het dorp, het dorp niet uit het meisje.

Na de Oosterpark woon ik nu al 15 jaar in de Hortusbuurt en moet ik zeggen dat het hier nu ook voelt als een dorp. In elke straat een bekende, op elke hoek een groet. En heel vaak net voor het slapen gaan denk ik nog even aan hem, die lieve buurman Ten Bosch. Die nog altijd voortleeft in mijn herinnering en die mede het groeten voor mij van belang heeft gemaakt.

Zeg ‘ns ‘moi’ tegen elkaar!Zo was er vorig jaar een ‘Hallo’-Week van de Groet in de Korrewegwijk.

#contactisbelangrijk #kenjeburen #vierdegemeenschap #datisgroningen #samenbeterdanalleen

 

Correspondent Lotte-Marijn Millar

Lotte-Marijn is een betrokken Groninger. Ze kijkt om zich heen, ziet van alles, wordt daar enthousiast van en schrijft daar regelmatig over voor Dat is Groningen.